Het verschil tussen het aantal hoogopgeleide allochtone werkzoekenden en het aantal dat officieel als zodanig staat ingeschreven is opvallend groot, blijkt uit het onderzoek. Velen (tot 60%) kiezen ervoor om alvast in hun eigen onderhoud te voorzien. Zij hebben werk dat niet bij hun opleiding past, te laag van niveau is of niet hun belangstelling heeft. Zij zijn nog steeds op zoek naar 'een passende baan'.
Een kwart van alle serieuze werkzoekenden uit het onderzoek vond wel een passende baan, maar zoekt alsnog ander werk. Slechts een op de vijf geeft aan niet zo serieus op zoek te zijn. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat het kennelijk in sommige etnische groepen beschamend is jezelf als 'serieus werkzoekend' te betitelen, zolang je niet zeker weet dat dat ook tot succes leidt. De categorie 'niet-serieuze zoekers' is onder Marokkanen en Turken overigens (nog) kleiner dan bij Surinamers en Antillianen. Hetzelfde geldt voor degenen die laagopgeleide ouders hebben.
Respondenten uit het onderzoek wijten teleurstellende sollicitatie-ervaringen vaak aan hun etnische afkomst (gemiddeld 25%, oplopend tot 50%). Ook onder maatschappelijke stijgers komt die onvrede volop voor. Velen hebben de indruk dat hun achtergrond hen in de weg zit bij het solliciteren en dat allochtonen minder kansen krijgen. De onvrede wordt mede gevoed door zinloos vaak solliciteren, met name het geval bij degenen die daar als uitkeringsafhankelijke toe gedwongen zijn.