Nu volgen 45 kinderen taalles, voortaan 's vrijdagmiddags in het nieuwe pand van de Edese Turkse Sociale Kulturele Vereniging.
Vrijwel elke Turk kent de verhalen van het kinderboekenfiguur Nasrettin Hoca. Zijn belevenissen hebben altijd een bepaalde boodschap. Mustafa Çelik kent veel verhalen uit z'n hoofd. Hij is voorzitter van de stichting 'Hand in hand voor de Turkse taal' in Ede. Die handen zijn van honderdvijftig ouders die het belangrijk vinden dat hun kinderen de Turkse taal onder de knie krijgen, ook in geschrift. De belevenissen van onder meer jeugdheld Nasrettin Hoca helpen de kinderen van de basisschoolgroepen drie tot en met acht met het beheersen van het Turks.
Nu de Haagse geldkraan voor het onderwijs in allochtone, levende talen sinds het eerste kabinet Balkenende in 2002 is dichtgedraaid, krijgen kinderen van bijvoorbeeld Arabische, Turkse of Spaanse ouders niet langer vanzelfsprekend les in die moedertalen. Veel Turkse Edenaren vonden het jammer dat hun kinderen het Turks niet meer machtig zouden zijn. "Emoties brengen je het best over in je eigen taal", zegt Çelik. "Ik ben bang mijn kinderen die emotie niet mee te kunnen geven in het Nederlands. Het is heel belangrijk dat de kinderen Turks leren. Ze kunnen in Turkije met hun familie praten zonder vertaling. Bovendien is Turks een grote taal, die ook wordt gesproken in Kazachstan, Turkmenistan en Oezbekistan. De kinderen kunnen later bijvoorbeeld zaken gaan doen met al die landen."
Taalonderwijs is lange tijd rijksbeleid geweest. In de jaren zeventig heet het beleid Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur. De leerplichtige kinderen van gastarbeiders krijgen les, zodat ze bij remigratie makkelijk aansluiting zouden kunnen vinden. Later verdwijnt het culturele aspect. Het idee was dat kinderen met Turkse taalles veel makkelijker een tweede taal oppikken. Het accent verschuift naar de minderheden die in Nederland zullen blijven. Alleen die kinderen die thuis een andere taal spreken, krijgen op de basisschool les in de taal. Dit onderwijs stopt in 2002. "Vermoedelijk omdat het de integratie tegengaat", zegt Çelik. "Maar dat is nooit officieel zo gezegd."
'Als ze een zin opschrijven, maken ze veel fouten'
Op het bord in een leslokaal van de voormalige Juliana van Stolbergschool schrijft hij een eenvoudige liedje. Tren gelir, hos gelir, odalari bos gelir. De trein komt eraan, hij komt met lege coupés. De tekstverwerker van deze krant kan veel Turkse leestekens niet aan. "Gelir betekent komen", zegt Çelik. "Het wordt een aantal keer herhaald. Het kinderliedje is heel bekend. We leren ook de typische Turkse letters. Je spreekt ze uit als uu, úh, sjéh, èh en tsjéh."
Het lokaal aan de Proosdijerveldweg hoort bij het onlangs geopende nieuwe pand van de Edese Turkse Sociale Kulturele Vereniging.
Na het schrappen van het taalonderwijs door het Rijk belegde de vereniging twee informatiebijeenkomst in Ede. Honderdvijftig ouders besloten zich aan te sluiten bij een landelijk Turks initiatief dat in Nijmegen, Tilburg en Ede van grond zou komen.
Uiteindelijk besloten de Edenaren het heft in eigen handen te nemen. Op twee plekken in Ede werden vanaf 2002 Turkse taallessen gegeven. Aanvankelijk op woensdagmiddag, voortaan op vrijdagmiddag. De stichting verwacht dat meer kinderen Turkse les zullen volgen, omdat er woensdag ook koranles is in de moskee. Het nieuwe onderkomen betekent een forse besparing. Er hoeven niet langer é 7 euro per uur lokalen worden gehuurd. De ouderbijdrage is nu maximaal 120 euro per kind per jaar. "De insteek is dat kinderen van huis uit Turks kennen", zegt Çelik. "Maar als ze een zin opschrijven, maken ze veel fouten." De lessen zijn voor kinderen tot en met twaalf jaar. Dan krijgen ze een certificaat.
Nasrettin Hoca en de jas
"Hoca heeft een mooie jas gekocht. Zo rijk is hij niet. Ineens nodigen rijke mensen hem te eten uit. Als hij bij hen komt, doet hij de jas uit en stopt hij de jas het eten toe. Eten, zegt hij tegen z'n nieuwe jas, eten!"
De moraal: Hoca is uitgenodigd vanwege de status die de jas hem geeft. Eigenlijk is alleen de jas welkom.
|